Idealisme
Gisteren werd op twitter gesproken over de vraag of de kiezer handelt vanuit een altruïsme of een egoïsme - als ik het zo mag noemen. Met de kiezer wordt dan uiteraard de goede kiezer bedoelt. Diegene die zijn verantwoordelijkheid opneemt, en stemt voor diegenen die hij zijn stem waard(ig) acht - uiteraard niet diegene die willekeurig bolletjes kleurt, of die hetzelfde doet als zijn ouders, gewoon, omdat wat zijn ouders doen wel goed zal zijn. Ik heb het dus over de kiezer die nadenkt waarop hij stemt.
Als die idealistite nadenkt waarop hij stemt, denkt hij dan na over zichzelf (waar zou ik het meest voordeel bij halen?) of over anderen, daarbij zichzelf in de schaduw zettend (waar haalt de andere het meest voordeel bij?). Het antwoord is overduidelijk dat hij stemt voor wat volgens hem de maatschappij op zijn geheel ten positieve kan beïnvloeden. Rest echter het punt, wil hij de maatschappij beïnvloeden ten behoeve van de andere, of ten voordele van zichzelf?
Ik heb er vannacht écht over liggen nadenken. Misschien hebben we hier met een soort utilitarisme te maken. Ik denk dat de rasechte, zuivere idealist enkel kijkt naar wat voor zo veel mogelijk mensen zo veel mogelijk goed oplevert, en zichzelf zonder problemen in de categorie ‘pechvogel’ kan plaatsen, waartoe die maatregel toevallig geen goeds oplevert. Maar langs de andere kant, misschien ziet hij er op lange termijn voor zichzelf ook wel voordeel in. Want uiteindelijk maakt hij hoe dan ook deel uit van diezelfde samenleving. En zoniet hij, zijn kinderen dan misschien. En zijn kleinkinderen. En zijn achter… Enfin. Je begrijpt wat ik bedoel. Hoewel zijn beslissing op korte termijn, op een bepaald gebied misschien een directe negatieve invloed zal hebben op zijn leven, is de kans goed bestaande dat het achteraf positief uitdraait. Maar die kans is er toch ook niet altijd?
Misschien kunnen we hier Levinas te berde brengen. Levinas, die het had over de totaliserende ik. Slechts één ‘ding’ ontsnapt aan dit totaliseren, en dat is de ander. De ander verschilt fundamenteel van het ik, en kan niet getotaliseerd worden, niet gecontroleerd. Door de ander moet het ik zich laten raken. Hij mag hem niet proberen te begrijpen - begrijpen is immers een eerste stap naar totalisatie, en zodra de ander merkt dat het ik hem probeert te totaliseren, zal hij zichzelf afschermen. Het ik moet zich ervoor openstellen, en zich er face-à-face door laten raken. De ander is een weerloos schepsel, een weerloos wezen, dat een appel doet op de verantwoordelijkheid van het ik. Een individueel appel, een individuele roep. Een roep die enkel naar het ik gericht is, naar niemand anders.
En waarschijnlijk is dat wat de idealist doet: zijn verantwoordelijkheid opnemen, maar tegelijkertijd proberen alles te totaliseren. Niets berekening wat het meest mensen het meest voordeel aanbiedt: de ware idealist laat zich raken door de ander. En de combinatie van wie die ander is, welk appel hij plaatst, en hoe het ik dit appel interpreteert, bepaalt de ideologie van het ik - met andere woorden, bepaalt hoe hij zal proberen zijn verantwoordelijkheid op te nemen en aan dit appel te voldoen. Rest nog altijd de vraag wat het ik in uiterste situatie zal verkiezen: zijn verantwoordelijkheid opnemen en aan het appel beantwoorden, of de wereld aan zichzelf onderwerpen. Of bestaat het toch dat ze altijd allebei kunnen gecombineerd worden?